Al een tijdje blog ik over zorg vanuit waarden en betekenis. Nu is er ZorgWaarde.org.
Soms weet je iets heel zeker. In mijn geval: dat je als patiënt beter af bent met zorg die aansluit bij jouw waarden. Dat je als zorgverlener gelukkiger bent als je zorg mag verlenen volgens jouw waarden. Dat je als zorgorganisatie veel van de dagelijkse problemen die op je af komen beter te lijf kan gaan als je heel duidelijk weet waar je zelf voor staat (denk aan je profiel op de arbeidsmarkt, omgaan met politieke druk die het bestaansrecht van de individuele zorginstellingen aan de kaak stelt of aan het inrichten van optimale dienstverlening voor je cliënten cq. patiënten).
Het komt niet uit de lucht vallen. Ik maak bij mezelf en in mijn omgeving mee welke impact het heeft als iemand net als jij denkt en ruimte heeft om daar invulling aan te geven. Zo heb ik meerdere mensen burned out zien raken of zien vertrekken omdat de zorg voor hun gevoel te "technisch" geworden was. Tegelijkertijd hoor ik dan patiënten klagen dat zij zich "een nummer" voelen (en meer dan in een ander, groter ziekenhuis). De zorginstelling is zich van geen kwaad bewust.
Zelf merk ik het als ik met artsen of verpleging spreek met wie ik op één lijn zit. Ik leef op van opmerkingen als "Mark, dat kan je zelf wel, experimenteer maar wat en als het nodig is spreek je mijn voicemail maar in, want ik loop de vierdaagse en ben overdag niet bereikbaar". Zelfstandigheid en flexibiliteit als waarden die voor mij werken (terwijl een ander daar waarschijnlijk alleen maar onzekerder, afhankelijker en zieker van zou zijn geworden).
OK, ik geloof dus in duidelijk maken vanuit welk waardenkader je zorg wil leveren of ontvangen. Gezien de interviews op deze blog waarschijnlijk niet verrassend. Maar wat doe je met die overtuiging?
Je begint een beweging. Samen met mensen die er net zo over denken. Open voor iedereen die hier ook in gelooft. We hebben geen standaardrecept voor succes, maar wel de overtuiging dat als we samen de schouders er onder zetten, we de zorg leuker, beter en effectiever kunnen maken.
Dus een oproep: bekijk ZorgWaarde.org, teken het manifest en draag bij aan Zorg vanuit Waarden!
donderdag 15 december 2011
De beweging ZorgWaarde.org
dinsdag 18 oktober 2011
Verzamelaar van gelukselementen
“Dit wordt de gezondste regio van Nederland. Omdat dat is waar wij ons hard voor maken vanuit het merk Salland verzekeringen. Ook voor de overige merken, Energiek en HollandZorg is de missie gericht op het faciliteren en inspireren van een optimale gezondheid". Verrassende woorden uit de mond van een directeur van een zorgverzekeraar. Nog verrassender is dat in een gesprek van twee uur het thema “schadelastreductie” nooit onderwerp van gesprek wordt. Niet omdat het niet speelt, maar omdat het de klant niets brengt. En als er één gevoel overheerst bij een gesprek met Jorrit de Jong, voorzitter van de directie van de coöperatieve zorgverzekeraar Eno (Salland verzekeringen, HollandZorg, Energiek), dan is het wel de continue zoektocht naar betekenis voor de klant, en de bereidheid om zichzelf als organisatie daarvoor desnoods opnieuw uit te vinden.
Het is een fundamentele vraag voor iedere organisatie, maar zeker voor een gezondheidsverzekeraar: Wat zijn wij? Welke rol vervullen wij? Nieuwe wetgeving forceert een herpositionering, waarin zorgverzekeraars nieuwe rollen opgelegd krijgen en meer regie mogen (en moeten) gaan voeren. Maar tegelijkertijd is er ook een een uniformisering: Vrijwel alle ruimte verdwijnt om iets anders te zijn dan een financier, afdekker van risico. Het beroep op verzekeraars om een bijdrage te leveren aan reductie van zorgvolume wordt nu doorvertaald naar bijna Tayloriaanse efficiëntie in het zorgproces. Echter de essentie is bewustzijn in het gehele veld dat er iets moet gebeuren om de premies ook voor het nageslacht beheersbaar te houden.
De vraag “Waartoe zijn wij?” dreigt wat meer in het gedrang te raken. “Zonde. Wil je iets betekenen, dan moet je niet hetzelfde doen als alle anderen” aldus de Jong. Het startpunt is de vraag wat je wil bereiken. Als Eno voor haar merk Salland verzekeringen kiest voor “De gezondste regio van Nederland” heeft dat niet alleen consequenties, maar geeft dat ook richting, intern en extern. De parallel met de “Golden circles” van Simon Sinek dringt zich op.
Als je weet waartoe je bestaat, kan je ook kijken hoe je dat gaat invullen. De Jong verwacht een omslag voor zijn organisatie: “Wij bieden nu een beperkt aantal producten aan groepen met veel mensen”. Maar dat staat haaks op de manier waarop mensen zich tegenwoordig organiseren. Dat is eerder in communities: een groot aantal groepen met ieder een beperkt aantal mensen. Voor Eno betekent dat een omslag. Van 3 merken naar meerdere belevingsconcepten. En de start van een zoektocht naar de kernen waaromheen mensen zich verbinden. Ik moet meteen denken aan de “tribes” gedachte van Seth Godin
Verzekeringspakketten als uiting van een gedeelde visie in een groep.
Een van de opties is dat mensen zich verenigen rondom een zorgverlener die qua visie bij hen past. Met de opkomst van patiënt empowerment zou je toch mogen verwachten dat mensen kiezen voor een bepaalde visie van de zorgverlener op wat die voor de patiënt wil betekenen. Maar die weg blijkt voorlopig nog een stap te ver. Niet voor de patiënten, maar voor de zorgverleners. De Jong ziet kansen te over, maar dan moeten we wel een paar stappen nemen. Patiënten moeten niet alleen weten dat de kwaliteit van zorg goed is, maar ook volgens welke maatstaven.
“Het is toch raar dat in een jaarverslag van een ziekenhuis nergens te vinden is wat ze bezielt?”. Uiteindelijk bepaalt wat je wilt bereiken hoe je kwaliteit duidt. We zien allemaal dat een profvoetballer anders wordt behandeld dan een bejaarde met dezelfde blessure, maar het is voor patiënten nu nog nauwelijks te doen om zorgverleners te vinden die passen bij hun levensstijl. Eno wil uiteindelijk gericht polissen bieden die zijn aansluiten op de persoonlijke levensstijl. De eerste stap is al gezet metde verzekeringsvorm voor vrouwen “Energiek” die ze nu aanbieden en in de toekomst gaat die differentiatie verder..
Uiteindelijk moet je aantonen dat je een partner mag zijn en met iedere community een specifiek pakket opbouwen dat past bij de aard van de deelnemers. “Uiteindelijk verzamelen we “gelukselementen”. Dat betekent dat we de zaken die voor die Community van speciaal belang zijn, expliciet willen borgen in onze producten”. Dat kan betrekking hebben op wat we verzekeren, maar ook op de manier waarop de dat geleverd wordt, als dat voor die community telt. Het kan dus betekenen dat andere aspecten dan gebruikelijk een rol spelen bij het contracteren en verzekeren van zorg. Zo kan een prestatieafspraak het unieke element van een zorgverlener specifiek meenemen Op de vraag of hij bijvoorbeeld met het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg prestatieafspraken gaat maken op hun positie als “Het liefste ziekenhuis van Nederland” antwoordt De Jong lachend “Dergelijke beloftes gaan zeker leiden tot andere criteria voor zorginkoop. En uiteindelijk verwacht ik dat het op termijn zelfs goedkoper wordt”. Want betekenisvol is niet per definitie duurder.
Uiteindelijk wil Eno niet de goedkoopste zijn. Daar vindt ze zichzelf de partij niet voor, maar daar is ook niemand mee geholpen. Ze willen zo bij mensen aansluiten dat zij hun eigen gezondheid ter harte nemen en zo werken aan o.a. een gezond Salland. Want uiteindelijk blijft dat het doel.
Het gesprek met Jorrit de Jong biedt voer voor wel 5 blogs, en wie weet volgen er nog. Wat me in het hier beschreven stuk raakt is de overtuiging dat iedereen bijzonder is, iedereen van waarde is, iedereen het verdient zo gezond mogelijk te zijn en iedereen het verdient om dat te bereiken op de manier die het beste bij hem past. En dat is hartverwarmend.
Het is een fundamentele vraag voor iedere organisatie, maar zeker voor een gezondheidsverzekeraar: Wat zijn wij? Welke rol vervullen wij? Nieuwe wetgeving forceert een herpositionering, waarin zorgverzekeraars nieuwe rollen opgelegd krijgen en meer regie mogen (en moeten) gaan voeren. Maar tegelijkertijd is er ook een een uniformisering: Vrijwel alle ruimte verdwijnt om iets anders te zijn dan een financier, afdekker van risico. Het beroep op verzekeraars om een bijdrage te leveren aan reductie van zorgvolume wordt nu doorvertaald naar bijna Tayloriaanse efficiëntie in het zorgproces. Echter de essentie is bewustzijn in het gehele veld dat er iets moet gebeuren om de premies ook voor het nageslacht beheersbaar te houden.
De vraag “Waartoe zijn wij?” dreigt wat meer in het gedrang te raken. “Zonde. Wil je iets betekenen, dan moet je niet hetzelfde doen als alle anderen” aldus de Jong. Het startpunt is de vraag wat je wil bereiken. Als Eno voor haar merk Salland verzekeringen kiest voor “De gezondste regio van Nederland” heeft dat niet alleen consequenties, maar geeft dat ook richting, intern en extern. De parallel met de “Golden circles” van Simon Sinek dringt zich op.
Als je weet waartoe je bestaat, kan je ook kijken hoe je dat gaat invullen. De Jong verwacht een omslag voor zijn organisatie: “Wij bieden nu een beperkt aantal producten aan groepen met veel mensen”. Maar dat staat haaks op de manier waarop mensen zich tegenwoordig organiseren. Dat is eerder in communities: een groot aantal groepen met ieder een beperkt aantal mensen. Voor Eno betekent dat een omslag. Van 3 merken naar meerdere belevingsconcepten. En de start van een zoektocht naar de kernen waaromheen mensen zich verbinden. Ik moet meteen denken aan de “tribes” gedachte van Seth Godin
Verzekeringspakketten als uiting van een gedeelde visie in een groep.
Een van de opties is dat mensen zich verenigen rondom een zorgverlener die qua visie bij hen past. Met de opkomst van patiënt empowerment zou je toch mogen verwachten dat mensen kiezen voor een bepaalde visie van de zorgverlener op wat die voor de patiënt wil betekenen. Maar die weg blijkt voorlopig nog een stap te ver. Niet voor de patiënten, maar voor de zorgverleners. De Jong ziet kansen te over, maar dan moeten we wel een paar stappen nemen. Patiënten moeten niet alleen weten dat de kwaliteit van zorg goed is, maar ook volgens welke maatstaven.
“Het is toch raar dat in een jaarverslag van een ziekenhuis nergens te vinden is wat ze bezielt?”. Uiteindelijk bepaalt wat je wilt bereiken hoe je kwaliteit duidt. We zien allemaal dat een profvoetballer anders wordt behandeld dan een bejaarde met dezelfde blessure, maar het is voor patiënten nu nog nauwelijks te doen om zorgverleners te vinden die passen bij hun levensstijl. Eno wil uiteindelijk gericht polissen bieden die zijn aansluiten op de persoonlijke levensstijl. De eerste stap is al gezet metde verzekeringsvorm voor vrouwen “Energiek” die ze nu aanbieden en in de toekomst gaat die differentiatie verder..
Uiteindelijk moet je aantonen dat je een partner mag zijn en met iedere community een specifiek pakket opbouwen dat past bij de aard van de deelnemers. “Uiteindelijk verzamelen we “gelukselementen”. Dat betekent dat we de zaken die voor die Community van speciaal belang zijn, expliciet willen borgen in onze producten”. Dat kan betrekking hebben op wat we verzekeren, maar ook op de manier waarop de dat geleverd wordt, als dat voor die community telt. Het kan dus betekenen dat andere aspecten dan gebruikelijk een rol spelen bij het contracteren en verzekeren van zorg. Zo kan een prestatieafspraak het unieke element van een zorgverlener specifiek meenemen Op de vraag of hij bijvoorbeeld met het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg prestatieafspraken gaat maken op hun positie als “Het liefste ziekenhuis van Nederland” antwoordt De Jong lachend “Dergelijke beloftes gaan zeker leiden tot andere criteria voor zorginkoop. En uiteindelijk verwacht ik dat het op termijn zelfs goedkoper wordt”. Want betekenisvol is niet per definitie duurder.
Uiteindelijk wil Eno niet de goedkoopste zijn. Daar vindt ze zichzelf de partij niet voor, maar daar is ook niemand mee geholpen. Ze willen zo bij mensen aansluiten dat zij hun eigen gezondheid ter harte nemen en zo werken aan o.a. een gezond Salland. Want uiteindelijk blijft dat het doel.
Het gesprek met Jorrit de Jong biedt voer voor wel 5 blogs, en wie weet volgen er nog. Wat me in het hier beschreven stuk raakt is de overtuiging dat iedereen bijzonder is, iedereen van waarde is, iedereen het verdient zo gezond mogelijk te zijn en iedereen het verdient om dat te bereiken op de manier die het beste bij hem past. En dat is hartverwarmend.
vrijdag 29 juli 2011
Ruimte voor een bijzonder brein
“Hij is wel druk bezet” waarschuwde Evert Haverkamp, bekende en marketing manager van Dimence, toen hij mij met Pelle Oosting in contact bracht. En na de opsomming van bezigheden snap ik wel waarom. Oosting is niet alleen stafmedewerker bij Dimence, hij is ook lid van de kenniskring van het lectoraat “Herstelgerichte zorg” bij Saxion Hogeschool en houdt zich bezig met ervaringsdeskundigheid, herstelgerichte zorg en vrijwilligersbeleid binnen Dimence.
Ervaringsdeskundigheid, in het engels ook wel Peer Support. Als we het hebben over betekenisvolle ontwikkelingen in het werkveld is dit het eerste wat hij noemt. “In de ggz is het jaren een ongeschreven regel geweest dat je je eigen problemen ergens anders moet beleggen” zegt Oosting. Die problemen inzetten in de behandeling van een patiënt was niet mogelijk. En dat is zonde: functionele zelfonthulling is een krachtig middel om therapie krachtiger te maken. Dimence maakt steeds meer gebruik van ervaringsdeskundigheid en leidt ze daar zelfs specifiek voor op.
Hoewel Dimence een enorme organisatie is die er ook heel traditionele methoden op nahoudt, is er ruimte voor dergelijk denken. Oosting plaatst het in het perspectief van de ontwikkeling van de gehele sector: het is een lange weg vanuit de dolhuizen van het verleden. Vanwege die achtergrond is de GGZ een aparte sector, terwijl de nadelen daarvan groeien. De scheiding tussen psyche en somatiek is nou eenmaal een kunstmatige. Natuurlijk is er nog de sanitaire functie, die vraagt mensen weg te houden van de gemiddelde burger vanwege gevaar, maar die gaat twee kanten op. Een voorbeeld is de beschermde woonvormen voor zwaar autistische cliënten. Die is er niet om de buitenwereld tegen ze te beschermen, maar juist om hen tegen de buitenwereld te beschermen. Je creëert een positie waarin mensen met hun psychische gesteldheid uit de voeten kunnen.
Behandelen of handleiding zoeken?
Dat is ook de tendens waarin bijvoorbeeld ervaringsdeskundigeheid en het betrekken van familie in de therapie passen. Het is maar de vraag of je psychische patiënten moet “genezen”. Aan welk beeld moet je voldoen om geen patiënt te worden? De “Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders” (DSM IV-TR) klassificatie wordt steeds breder ter discussie gesteld: wie past er echt in die hokjes? En wat nou als je gewoon anders bent? Mag dat? We raken aan het voorbeeld van een bekende die Ritalin slikt. Hij is rustiger en geconcentreerder, maar is ook veel creatieve gaven kwijtgeraakt. Is dat winst? In de woorden van Oosting: “Is afwijkend soms niet ook gewoon een manier van zijn?”. Zeggen dat je ziek bent staat in de weg van ontdekken hoe je omgaat met je bijzondere brein.
Nog een hobbel op die weg is de mogelijkheid om aan te sluiten bij de normen en waarden van de cliënt. Dat waardenkader is mede bepalend voor wat een acceptabele manier is om met je eigen situatie om te gaan en wat niet. Het helpt dan natuurlijk niet dat groot gedeelte van mensen die behandeld worden lager en middelbaar opgeleid zijn, terwijl ze worden behandeld door hoogopgeleide mensen. De synchronisatie op waarden is dan niet vanzelfsprekend, maar wel nodig.
Oosting is stellig: De DSM zorgt voor stigmatisering. Pas als je een diagnose hebt, kan je een behandeling krijgen. Maar die diagnose is ook direct een stigma: Zonder stempel geen hulp. En dat terwijl sturen op acceptatie van je situatie de zorg op macroniveau waarschijnlijk goedkoper maakt. Het vraagt wel een andere mindset: zoeken naar de combinatie van patiënt en behandelaar die hetzelfde beeld hebben van waar je naartoe wil werken: als je niet probeert te genezen, is er ook geen éénduidige eindsituatie meer. Of de behoefte daaraan! Daarnaast is er eigen regieruimte nodig waarbinnen behandelaars vanuit hun professionaliteit en ervaringsdeskundigheid kunnen kijken wat nodig is om dat doel te bereiken.
De zoektocht naar het antwoord op het leven
Als je heel breed kijkt kan je de ontwikkelingen in de GGZ relateren aan het verdwijnen van de kerkelijkheid. Vroeger leerde je in de kerk dat het leven leiden was. Misschien niet de meest opbeurende boodschap, maar wel een die je stimuleerde om er met beperkte middelen iets van te maken. Met het verdwijnen van de kerkelijkheid is er een vorm van psychische maakbaarheid ontstaan. Net als in de fysieke kant het beeld van de maakbare mens heeft geleid tot een bloei van de cosmetische plastische chirurgie, zo is er in de geestelijke gezondheidszorg ook één beeld van een “geestelijk gezonde mens” dat nog steeds wordt nagestreefd.
“Het heeft geleid tot het professionaliseren van het antwoord op leiden” zegt Oosting. De zorg biedt het antwoord dat we zelf niet meer weten te vinden, omdat we verleerd zijn om te zoeken en omdat we alleen kijken naar één fictief ideaalplaatje. Daarom is de informele zorg van zo’n groot belang: die geeft je de mogelijkheid ook op andere plekken en andere manieren antwoorden te vinden.
Daarmee is de cirkel rond. Het gaat niet om één ideaal, één standaard. Betekenisvolle geestelijke zorg is net zo goed leren hoe jij optimaal om kan gaan met jouw unieke, bijzondere brein. Als je dat als uitgangspunt neemt, is ook duidelijk dat de diversiteit van mensen onder de cliënten vraagt om een evengrote diversiteit aan mensen als de behandelkant.
Zoals altijd verlaat ik het gesprek geïnspireerd. Natuurlijk met beelden over hoe je ook hier met inrichting van de zorg aan de slag kunt: als ieders unieke eigen ervaring een bijdrage kan leveren en ieders bijzondere brein een eigen handleiding behoeft, dan zijn er kansen te over. Is Dimence over 5 jaar bekend om zijn matching op ervaring en de ruimte die personeel krijgt om zijn eigen zijn productief te maken? De tendens uit eerdere interviews naar een regiekader op basis van professionaliteit krijgt hier nadrukkelijker ook de dimensie van persoonlijke inbreng. Al hoop ik nooit klant te hoeven worden, toch spreekt het perspectief me aan.
Ervaringsdeskundigheid, in het engels ook wel Peer Support. Als we het hebben over betekenisvolle ontwikkelingen in het werkveld is dit het eerste wat hij noemt. “In de ggz is het jaren een ongeschreven regel geweest dat je je eigen problemen ergens anders moet beleggen” zegt Oosting. Die problemen inzetten in de behandeling van een patiënt was niet mogelijk. En dat is zonde: functionele zelfonthulling is een krachtig middel om therapie krachtiger te maken. Dimence maakt steeds meer gebruik van ervaringsdeskundigheid en leidt ze daar zelfs specifiek voor op.
Hoewel Dimence een enorme organisatie is die er ook heel traditionele methoden op nahoudt, is er ruimte voor dergelijk denken. Oosting plaatst het in het perspectief van de ontwikkeling van de gehele sector: het is een lange weg vanuit de dolhuizen van het verleden. Vanwege die achtergrond is de GGZ een aparte sector, terwijl de nadelen daarvan groeien. De scheiding tussen psyche en somatiek is nou eenmaal een kunstmatige. Natuurlijk is er nog de sanitaire functie, die vraagt mensen weg te houden van de gemiddelde burger vanwege gevaar, maar die gaat twee kanten op. Een voorbeeld is de beschermde woonvormen voor zwaar autistische cliënten. Die is er niet om de buitenwereld tegen ze te beschermen, maar juist om hen tegen de buitenwereld te beschermen. Je creëert een positie waarin mensen met hun psychische gesteldheid uit de voeten kunnen.
Behandelen of handleiding zoeken?
Dat is ook de tendens waarin bijvoorbeeld ervaringsdeskundigeheid en het betrekken van familie in de therapie passen. Het is maar de vraag of je psychische patiënten moet “genezen”. Aan welk beeld moet je voldoen om geen patiënt te worden? De “Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders” (DSM IV-TR) klassificatie wordt steeds breder ter discussie gesteld: wie past er echt in die hokjes? En wat nou als je gewoon anders bent? Mag dat? We raken aan het voorbeeld van een bekende die Ritalin slikt. Hij is rustiger en geconcentreerder, maar is ook veel creatieve gaven kwijtgeraakt. Is dat winst? In de woorden van Oosting: “Is afwijkend soms niet ook gewoon een manier van zijn?”. Zeggen dat je ziek bent staat in de weg van ontdekken hoe je omgaat met je bijzondere brein.
Nog een hobbel op die weg is de mogelijkheid om aan te sluiten bij de normen en waarden van de cliënt. Dat waardenkader is mede bepalend voor wat een acceptabele manier is om met je eigen situatie om te gaan en wat niet. Het helpt dan natuurlijk niet dat groot gedeelte van mensen die behandeld worden lager en middelbaar opgeleid zijn, terwijl ze worden behandeld door hoogopgeleide mensen. De synchronisatie op waarden is dan niet vanzelfsprekend, maar wel nodig.
Oosting is stellig: De DSM zorgt voor stigmatisering. Pas als je een diagnose hebt, kan je een behandeling krijgen. Maar die diagnose is ook direct een stigma: Zonder stempel geen hulp. En dat terwijl sturen op acceptatie van je situatie de zorg op macroniveau waarschijnlijk goedkoper maakt. Het vraagt wel een andere mindset: zoeken naar de combinatie van patiënt en behandelaar die hetzelfde beeld hebben van waar je naartoe wil werken: als je niet probeert te genezen, is er ook geen éénduidige eindsituatie meer. Of de behoefte daaraan! Daarnaast is er eigen regieruimte nodig waarbinnen behandelaars vanuit hun professionaliteit en ervaringsdeskundigheid kunnen kijken wat nodig is om dat doel te bereiken.
De zoektocht naar het antwoord op het leven
Als je heel breed kijkt kan je de ontwikkelingen in de GGZ relateren aan het verdwijnen van de kerkelijkheid. Vroeger leerde je in de kerk dat het leven leiden was. Misschien niet de meest opbeurende boodschap, maar wel een die je stimuleerde om er met beperkte middelen iets van te maken. Met het verdwijnen van de kerkelijkheid is er een vorm van psychische maakbaarheid ontstaan. Net als in de fysieke kant het beeld van de maakbare mens heeft geleid tot een bloei van de cosmetische plastische chirurgie, zo is er in de geestelijke gezondheidszorg ook één beeld van een “geestelijk gezonde mens” dat nog steeds wordt nagestreefd.
“Het heeft geleid tot het professionaliseren van het antwoord op leiden” zegt Oosting. De zorg biedt het antwoord dat we zelf niet meer weten te vinden, omdat we verleerd zijn om te zoeken en omdat we alleen kijken naar één fictief ideaalplaatje. Daarom is de informele zorg van zo’n groot belang: die geeft je de mogelijkheid ook op andere plekken en andere manieren antwoorden te vinden.
Daarmee is de cirkel rond. Het gaat niet om één ideaal, één standaard. Betekenisvolle geestelijke zorg is net zo goed leren hoe jij optimaal om kan gaan met jouw unieke, bijzondere brein. Als je dat als uitgangspunt neemt, is ook duidelijk dat de diversiteit van mensen onder de cliënten vraagt om een evengrote diversiteit aan mensen als de behandelkant.
Zoals altijd verlaat ik het gesprek geïnspireerd. Natuurlijk met beelden over hoe je ook hier met inrichting van de zorg aan de slag kunt: als ieders unieke eigen ervaring een bijdrage kan leveren en ieders bijzondere brein een eigen handleiding behoeft, dan zijn er kansen te over. Is Dimence over 5 jaar bekend om zijn matching op ervaring en de ruimte die personeel krijgt om zijn eigen zijn productief te maken? De tendens uit eerdere interviews naar een regiekader op basis van professionaliteit krijgt hier nadrukkelijker ook de dimensie van persoonlijke inbreng. Al hoop ik nooit klant te hoeven worden, toch spreekt het perspectief me aan.
maandag 4 juli 2011
“Vakmanschap is dat je het kan uitleggen”
Het is weinig mensen gegeven om in de complexiteit van de zorg enkele simpele waarheden te vinden. Het aantal dat vervolgens het lef heeft om alleen daar nog op te sturen, is minimaal. Ik zit tegenover één van hen. Friso Teerink. Wat mij betreft een van de iconen van sociale zorginnovatie in de afgelopen jaren. Bij Zorgorganisatie Sint Jozef in Gendt voerde hij een radicale verandering door en legde de aandacht weer teug van beheer en regels naar zorg en eigen regie op de vloer.
Friso is niet iemand voor het geijkte stramien. Je moet kijken naar hoe de wereld in elkaar zit, niet naar wat je huidige belangen zijn. Neem de zorg voor dementie: een totale omvang van meer dan 3 miljard, 70% extramuraal en 30% intramuraal. Maar de kosten verhouden zich als 2% tegen 98%. Als je dan weet dat mensen ook nog liever thuis wonen, dan moeten we toch aan de slag om die zorg te verplaatsen? Maar ja, dat is wel strijdig met de bedjes vullen in je huis. Het systeem werkt tegen. Daarom mag het systeem zo snel mogelijk weg.
Het enige kwaliteitscriterium is vakmanschap en visie
Zonder visie en missie heb je geen enkele grond om keuzes te maken. En zonder leiderschap en ondernemerschap maak je ze niet, noch voor jezelf, noch met een ander. Je hebt die missie nodig en moet daar ook consequentie uit trekken: als je niet meer weet waarom je iets doet, moet je het niet meer doen.
Een van de meest treffende voorbeelden is de HKZ. Op zich is er niets mis met een kwaliteitssysteem, maar dan moet het wel jouw waarden reflecteren. Dan draagt een systeem bij aan wat je nastreeft. HKZ verschilt van andere systemen doordat de normen al sectorbreed vastgelegd zijn. Dan krijg je dat je stuurt op een visieloos gemiddelde. Bij Sint Jozef deed Friso wat veel mensen als onmogelijk beschouwen: Hij schafte de HKZ af. Als kwaliteitssysteem wordt nu ISO gebruikt. “Dat biedt vrijheid”, want in ISO kan je wel zelf de normen stellen die aansluiten bij je visie en merkbelofte.
Het belangrijkste kwaliteitscriterium is uiteindelijk toch vakmanschap. Niet blind normen en protocollen volgen, maar vanuit vakkennis en kennis van het gedeelde waardekader van het huis juist weten waar je dingen niet op de standaard manier moet doen. “Vakkennis is dat je het kan uitleggen”. Het betekent ook zelf keuzes maken. 90 tot 95% van de beslissingen moeten worden genomen op de vloer. Persoonlijk leiderschap is daarvoor cruciaal, net als een scherp beeld van wat je bindt qua waarden en missie. Dat waardekader is ook meteen genoeg sturing. Er zullen wel verschillen in inzicht zijn, maar die leiden tot collegiale consultatie. Daarin herijk en versterk je het kader weer.
Ruimte voor wat telt
Regelruimte geeft ruimte voor maatwerk. Bijvoorbeeld in de roostering: als je het zelf mag regelen, kan de één tijdens schooluren werken en de ander ’s avonds als de partner thuis is. Dat heeft een positief effect: meer tevredenheid over het rooster. Sowieso is werken met meer vrijheid leuker, voor medewerker en bewoner: in Gendt steeg de bewonerstevredenheid en daalde het ziekteverzuim met meer dan de helft.
Dat is mooi, maar wat vraagt dat van management en directie? Het vraagt dat je dicht bij de werkvloer staat. Middenmanagement levert vaak een communicatiebarrière tussen de top en de vloer, terwijl hun aansturing ook prima bij het verplegend en verzorgend personeel kan worden belegd. Afschaffen dus! Voor grote overleggen geldt hetzelfde: hun nut is te beperkt ten opzichte van het verlies van tijd bij de cliënt. In bilateraal overleg kan dat vaak veel efficiënter.
Kan dat allemaal?
Kan dat allemaal zonder problemen? Er is altijd weerstand. Soms uit onverwachte hoek. Bijvoorbeeld weerstand van de vakbond tegen het vrije roosteren, ook al was dat een wens en verantwoordelijkheid van het personeel zelf. Maar de grootste tegenstander ben je uiteindelijk zelf. Durf je je te verbinden aan de belofte die je samen waar wil maken?
In Gendt beklijft het. Ook na het vertrek van Friso blijft “Betekenisvol verbinden” hét richtinggevende kader. Het komt overal terug. Een recente vacature focust op de vaardigheden om zelf een waardekader in de praktijk al leidraad te kunnen gebruiken. Want dat is wat werken hier betekent.
Wat raakt mij in dit gesprek?
Dit gesprek is een feest van herkenning. Het expliciet maken van je gedeelde waardekader en op basis daarvan eigenaarschap en regie neerleggen op alle niveaus van de organisatie, en zeker op de werkvloer. En mensen op basis daarvan aan je binden. Het sluit naadloos aan bij mijn eigen ideeën over betekenisvolle organisaties, betekenis als basis voor merkstrategie. En bij mijn beeld van betekenisvolle zorg: compassie, eigen inbreng en differentiatie. Maar wat me het meest raakt is dat ik aan tafel zit met iemand die het traject van A tot Z heeft doorlopen en doorgevoerd. Meer dan alles vormt Sint Jozef in Gendt het bewijs dat het kan.
Je visie en missie steeds voor ogen. Daarnaast vakmanschap, leiderschap en ondernemerschap op elk niveau. Het recept lijkt zo simpel. En het werkt. Nu nog meer organisaties die het aandurven…
Friso is niet iemand voor het geijkte stramien. Je moet kijken naar hoe de wereld in elkaar zit, niet naar wat je huidige belangen zijn. Neem de zorg voor dementie: een totale omvang van meer dan 3 miljard, 70% extramuraal en 30% intramuraal. Maar de kosten verhouden zich als 2% tegen 98%. Als je dan weet dat mensen ook nog liever thuis wonen, dan moeten we toch aan de slag om die zorg te verplaatsen? Maar ja, dat is wel strijdig met de bedjes vullen in je huis. Het systeem werkt tegen. Daarom mag het systeem zo snel mogelijk weg.
Het enige kwaliteitscriterium is vakmanschap en visie
Zonder visie en missie heb je geen enkele grond om keuzes te maken. En zonder leiderschap en ondernemerschap maak je ze niet, noch voor jezelf, noch met een ander. Je hebt die missie nodig en moet daar ook consequentie uit trekken: als je niet meer weet waarom je iets doet, moet je het niet meer doen.
Een van de meest treffende voorbeelden is de HKZ. Op zich is er niets mis met een kwaliteitssysteem, maar dan moet het wel jouw waarden reflecteren. Dan draagt een systeem bij aan wat je nastreeft. HKZ verschilt van andere systemen doordat de normen al sectorbreed vastgelegd zijn. Dan krijg je dat je stuurt op een visieloos gemiddelde. Bij Sint Jozef deed Friso wat veel mensen als onmogelijk beschouwen: Hij schafte de HKZ af. Als kwaliteitssysteem wordt nu ISO gebruikt. “Dat biedt vrijheid”, want in ISO kan je wel zelf de normen stellen die aansluiten bij je visie en merkbelofte.
Het belangrijkste kwaliteitscriterium is uiteindelijk toch vakmanschap. Niet blind normen en protocollen volgen, maar vanuit vakkennis en kennis van het gedeelde waardekader van het huis juist weten waar je dingen niet op de standaard manier moet doen. “Vakkennis is dat je het kan uitleggen”. Het betekent ook zelf keuzes maken. 90 tot 95% van de beslissingen moeten worden genomen op de vloer. Persoonlijk leiderschap is daarvoor cruciaal, net als een scherp beeld van wat je bindt qua waarden en missie. Dat waardekader is ook meteen genoeg sturing. Er zullen wel verschillen in inzicht zijn, maar die leiden tot collegiale consultatie. Daarin herijk en versterk je het kader weer.
Ruimte voor wat telt
Regelruimte geeft ruimte voor maatwerk. Bijvoorbeeld in de roostering: als je het zelf mag regelen, kan de één tijdens schooluren werken en de ander ’s avonds als de partner thuis is. Dat heeft een positief effect: meer tevredenheid over het rooster. Sowieso is werken met meer vrijheid leuker, voor medewerker en bewoner: in Gendt steeg de bewonerstevredenheid en daalde het ziekteverzuim met meer dan de helft.
Dat is mooi, maar wat vraagt dat van management en directie? Het vraagt dat je dicht bij de werkvloer staat. Middenmanagement levert vaak een communicatiebarrière tussen de top en de vloer, terwijl hun aansturing ook prima bij het verplegend en verzorgend personeel kan worden belegd. Afschaffen dus! Voor grote overleggen geldt hetzelfde: hun nut is te beperkt ten opzichte van het verlies van tijd bij de cliënt. In bilateraal overleg kan dat vaak veel efficiënter.
Kan dat allemaal?
Kan dat allemaal zonder problemen? Er is altijd weerstand. Soms uit onverwachte hoek. Bijvoorbeeld weerstand van de vakbond tegen het vrije roosteren, ook al was dat een wens en verantwoordelijkheid van het personeel zelf. Maar de grootste tegenstander ben je uiteindelijk zelf. Durf je je te verbinden aan de belofte die je samen waar wil maken?
In Gendt beklijft het. Ook na het vertrek van Friso blijft “Betekenisvol verbinden” hét richtinggevende kader. Het komt overal terug. Een recente vacature focust op de vaardigheden om zelf een waardekader in de praktijk al leidraad te kunnen gebruiken. Want dat is wat werken hier betekent.
Wat raakt mij in dit gesprek?
Dit gesprek is een feest van herkenning. Het expliciet maken van je gedeelde waardekader en op basis daarvan eigenaarschap en regie neerleggen op alle niveaus van de organisatie, en zeker op de werkvloer. En mensen op basis daarvan aan je binden. Het sluit naadloos aan bij mijn eigen ideeën over betekenisvolle organisaties, betekenis als basis voor merkstrategie. En bij mijn beeld van betekenisvolle zorg: compassie, eigen inbreng en differentiatie. Maar wat me het meest raakt is dat ik aan tafel zit met iemand die het traject van A tot Z heeft doorlopen en doorgevoerd. Meer dan alles vormt Sint Jozef in Gendt het bewijs dat het kan.
Je visie en missie steeds voor ogen. Daarnaast vakmanschap, leiderschap en ondernemerschap op elk niveau. Het recept lijkt zo simpel. En het werkt. Nu nog meer organisaties die het aandurven…
dinsdag 28 juni 2011
De echte bindende factor is de gedrevenheid van de medewerkers
“Zorg met bezieling” luidt de slogan van Sevagram in Heerlen. Bestuursvoorzitter Pim Steerneman is meteen duidelijk: “de harde kant is niet spannend”. Betekenis wordt gemaakt als aan de basisvoorwaarden is voldaan. En dat vraagt keuzes en betrokkenheid. Precies de onderwerpen waarmee Sevagram druk is.
De zorg als bedrijf?
De tijd waarin de zorg in kloosters een religieuze plicht en roeping was ligt achter ons. De zorg is “geprofessionaliseerd” en ingebed in een verzorgingsstaat waarin niet de naasten maar de staat zich uiteindelijk moet bekommeren om de zieken en behoeftigen. Dat leidt tot een onhoudbare bekostigingssituatie. Dat is te zien: in de huidige zorgcontext is de ruimte om te manoeuvreren steeds beperkter. De financiering gaat omlaag terwijl de externe beheersdrift stijgt. De eerste stap om weer zorg met betekenis te kunnen verlenen, is door de dilemma’s te delen. Met de cliënt, maar zeker ook met de omgeving. Alleen als duidelijk is binnen welke kaders je gedwongen bent te werken, kan je de optimale invulling binnen die kaders bepalen.
Eigen regelruimte
De ruimte binnen de kaders krijgen is een voortdurend gevecht. Terwijl zorgkantoren en de staat sturen op een beheersmatig kader, telt bij Sevagram juist de eigen regelruimte zwaar. Die regelruimte is er voor de cliënt, maar zeker ook voor de medewerker. Niet een beheerskader, maar een gedeeld waardekader dient als leidraad voor kwaliteit van zorg. Binnen dat kader heerst maximale flexibiliteit. Want wat kwalitatief hoogstaande zorg is, verschilt van mens tot mens. Daar zit hem ook de uitdaging. Bijvoorbeeld met mensgerichte innovatie. Dat kan technisch zijn, bijvoorbeeld door het inzetten van elektronische huisdieren bij dementerende ouderen. Maar juist de innovatie in woonvormen is bij Sevagram belangrijk. “Couleur locale” is een concept waarbij mensen kunnen wonen in een setting die ze gewend zijn. Want er zijn grote verschillen in manier van leven binnen het verzorgingsgebied van Sevagram, bijvoorbeeld tussen de oude mijndorpen en Heerlen.
Leren van Van der Valk
Wat bindt Sevagram in al die diversiteit? De inspiratie is uit vele hoeken gekomen, variërend van het boek “What if Disney ran your hospital?” van Fred Lee tot het hospitalityconcept van Van der Valk restaurants. Onderdeel daarvan is een simpel kaartje met de operationalisatie van de waarden van Van der Valk. Daarop staan simpele gedragspointers, zoals “Wij maken oogcontact met onze gasten”. Handig voor als je even hulp nodig hebt bij de vertaalslag naar de dagelijkse gang van zaken. Sevagram heeft uiteindelijk een dergelijk kaartje ontwikkeld, als onderdeel van het implementeren van Planetree. “Planetree is alleen een kapstok waaraan je alles wat toch al speelt in je organisatie kan ophangen” zegt Steerneman. Het gezamenlijk waardekader moet er al zijn. Daar ligt de basis van “Zorg met bezieling”. Uiteindelijk is de echte bindende factor de gedrevenheid van de medewerkers om iedere dag de kwaliteit van leven van de cliënten maximaal te maken, op basis van de inrichting die iedere cliënt binnen zijn eigen regelruimte aan dat begrip geeft.
De slotsom
Wat raakt mij nou het meeste in dit gesprek? Dat is de liefde waarmee gekeken wordt naar de cliënten. De twinkeling in de ogen van mijn gesprekspartner als hij vertelt hoe in de woonvormen voor de één het gevoel van private ruimte wordt gerealiseerd, maar voor de ander het gevoel van op de stoep voor het huis zitten met een biertje in de hand. En hoe bewoners actief begeleid worden naar de plaats die ze uiteindelijk het langst gelukkig in het leven laat staan. De harde kant is niet spannend. Maar dit wel.
De zorg als bedrijf?
De tijd waarin de zorg in kloosters een religieuze plicht en roeping was ligt achter ons. De zorg is “geprofessionaliseerd” en ingebed in een verzorgingsstaat waarin niet de naasten maar de staat zich uiteindelijk moet bekommeren om de zieken en behoeftigen. Dat leidt tot een onhoudbare bekostigingssituatie. Dat is te zien: in de huidige zorgcontext is de ruimte om te manoeuvreren steeds beperkter. De financiering gaat omlaag terwijl de externe beheersdrift stijgt. De eerste stap om weer zorg met betekenis te kunnen verlenen, is door de dilemma’s te delen. Met de cliënt, maar zeker ook met de omgeving. Alleen als duidelijk is binnen welke kaders je gedwongen bent te werken, kan je de optimale invulling binnen die kaders bepalen.
Eigen regelruimte
De ruimte binnen de kaders krijgen is een voortdurend gevecht. Terwijl zorgkantoren en de staat sturen op een beheersmatig kader, telt bij Sevagram juist de eigen regelruimte zwaar. Die regelruimte is er voor de cliënt, maar zeker ook voor de medewerker. Niet een beheerskader, maar een gedeeld waardekader dient als leidraad voor kwaliteit van zorg. Binnen dat kader heerst maximale flexibiliteit. Want wat kwalitatief hoogstaande zorg is, verschilt van mens tot mens. Daar zit hem ook de uitdaging. Bijvoorbeeld met mensgerichte innovatie. Dat kan technisch zijn, bijvoorbeeld door het inzetten van elektronische huisdieren bij dementerende ouderen. Maar juist de innovatie in woonvormen is bij Sevagram belangrijk. “Couleur locale” is een concept waarbij mensen kunnen wonen in een setting die ze gewend zijn. Want er zijn grote verschillen in manier van leven binnen het verzorgingsgebied van Sevagram, bijvoorbeeld tussen de oude mijndorpen en Heerlen.
Leren van Van der Valk
Wat bindt Sevagram in al die diversiteit? De inspiratie is uit vele hoeken gekomen, variërend van het boek “What if Disney ran your hospital?” van Fred Lee tot het hospitalityconcept van Van der Valk restaurants. Onderdeel daarvan is een simpel kaartje met de operationalisatie van de waarden van Van der Valk. Daarop staan simpele gedragspointers, zoals “Wij maken oogcontact met onze gasten”. Handig voor als je even hulp nodig hebt bij de vertaalslag naar de dagelijkse gang van zaken. Sevagram heeft uiteindelijk een dergelijk kaartje ontwikkeld, als onderdeel van het implementeren van Planetree. “Planetree is alleen een kapstok waaraan je alles wat toch al speelt in je organisatie kan ophangen” zegt Steerneman. Het gezamenlijk waardekader moet er al zijn. Daar ligt de basis van “Zorg met bezieling”. Uiteindelijk is de echte bindende factor de gedrevenheid van de medewerkers om iedere dag de kwaliteit van leven van de cliënten maximaal te maken, op basis van de inrichting die iedere cliënt binnen zijn eigen regelruimte aan dat begrip geeft.
De slotsom
Wat raakt mij nou het meeste in dit gesprek? Dat is de liefde waarmee gekeken wordt naar de cliënten. De twinkeling in de ogen van mijn gesprekspartner als hij vertelt hoe in de woonvormen voor de één het gevoel van private ruimte wordt gerealiseerd, maar voor de ander het gevoel van op de stoep voor het huis zitten met een biertje in de hand. En hoe bewoners actief begeleid worden naar de plaats die ze uiteindelijk het langst gelukkig in het leven laat staan. De harde kant is niet spannend. Maar dit wel.
vrijdag 10 juni 2011
Duurzame Zorg: De documenten van Our Common Future 2.0 staan online
Mijn hele zoektocht naar Betekenis en Zorg is mede ontstaan door mijn deelname aan het project Our Common Future 2.0 van prof. Jan Jonker. Met onze werkgroep "zorg" en nog 18 andere werkgroepen hebben we een visie samengesteld. De ultra-ingekorte samenvattingen van iedere werkgroep zijn verschenen als het boek "Duurzaam Denken Doen" .Veel interessanter vind ik persoonlijk de uitgebreide samenvattingen die alle groepen hebben gemaakt. Deze zijn beschikbaar via deze pagina. De presentatie van onze werkgroep staat op SlideShare (helaas ontdaan van alle vormen van timing en animatie)
Een zoektocht naar Betekenis en Zorg
Deze blog is de start van mijn zoektocht. Een zoektocht die begon vanuit mijn werken met Betekenis bij Mercurius Identiteitsmarketing enerzijds, en mijn deelname aan Our Common Future 2.0 anderzijds. De vraag die mij bezighoudt: Op welke manieren kan zorg betekenisvol zijn.
Natuurlijk is het betekenisvol als je iemand geneest, maar er zijn zoveel meer manieren om van betekenis te zijn. De aandacht voor het onderwerp groeit, getuige ook initiatieven als Compassion for Care en opdrachten die ik vanuit Mercurius uit mag voeren voor betekenisvolle zorg. Er blijkt veel mogelijk, maar ook weinig inspiratie te zijn op dit gebied.
In mijn zoektocht naar visionairs met lef spreek ik een hoop mensen. Mijn intentie is om hier de verslagen van die gesprekken te delen, ter inspiratie voor vele anderen
Natuurlijk is het betekenisvol als je iemand geneest, maar er zijn zoveel meer manieren om van betekenis te zijn. De aandacht voor het onderwerp groeit, getuige ook initiatieven als Compassion for Care en opdrachten die ik vanuit Mercurius uit mag voeren voor betekenisvolle zorg. Er blijkt veel mogelijk, maar ook weinig inspiratie te zijn op dit gebied.
In mijn zoektocht naar visionairs met lef spreek ik een hoop mensen. Mijn intentie is om hier de verslagen van die gesprekken te delen, ter inspiratie voor vele anderen
Abonneren op:
Posts (Atom)