Het is weinig mensen gegeven om in de complexiteit van de zorg enkele simpele waarheden te vinden. Het aantal dat vervolgens het lef heeft om alleen daar nog op te sturen, is minimaal. Ik zit tegenover één van hen. Friso Teerink. Wat mij betreft een van de iconen van sociale zorginnovatie in de afgelopen jaren. Bij Zorgorganisatie Sint Jozef in Gendt voerde hij een radicale verandering door en legde de aandacht weer teug van beheer en regels naar zorg en eigen regie op de vloer.
Friso is niet iemand voor het geijkte stramien. Je moet kijken naar hoe de wereld in elkaar zit, niet naar wat je huidige belangen zijn. Neem de zorg voor dementie: een totale omvang van meer dan 3 miljard, 70% extramuraal en 30% intramuraal. Maar de kosten verhouden zich als 2% tegen 98%. Als je dan weet dat mensen ook nog liever thuis wonen, dan moeten we toch aan de slag om die zorg te verplaatsen? Maar ja, dat is wel strijdig met de bedjes vullen in je huis. Het systeem werkt tegen. Daarom mag het systeem zo snel mogelijk weg.
Het enige kwaliteitscriterium is vakmanschap en visie
Zonder visie en missie heb je geen enkele grond om keuzes te maken. En zonder leiderschap en ondernemerschap maak je ze niet, noch voor jezelf, noch met een ander. Je hebt die missie nodig en moet daar ook consequentie uit trekken: als je niet meer weet waarom je iets doet, moet je het niet meer doen.
Een van de meest treffende voorbeelden is de HKZ. Op zich is er niets mis met een kwaliteitssysteem, maar dan moet het wel jouw waarden reflecteren. Dan draagt een systeem bij aan wat je nastreeft. HKZ verschilt van andere systemen doordat de normen al sectorbreed vastgelegd zijn. Dan krijg je dat je stuurt op een visieloos gemiddelde. Bij Sint Jozef deed Friso wat veel mensen als onmogelijk beschouwen: Hij schafte de HKZ af. Als kwaliteitssysteem wordt nu ISO gebruikt. “Dat biedt vrijheid”, want in ISO kan je wel zelf de normen stellen die aansluiten bij je visie en merkbelofte.
Het belangrijkste kwaliteitscriterium is uiteindelijk toch vakmanschap. Niet blind normen en protocollen volgen, maar vanuit vakkennis en kennis van het gedeelde waardekader van het huis juist weten waar je dingen niet op de standaard manier moet doen. “Vakkennis is dat je het kan uitleggen”. Het betekent ook zelf keuzes maken. 90 tot 95% van de beslissingen moeten worden genomen op de vloer. Persoonlijk leiderschap is daarvoor cruciaal, net als een scherp beeld van wat je bindt qua waarden en missie. Dat waardekader is ook meteen genoeg sturing. Er zullen wel verschillen in inzicht zijn, maar die leiden tot collegiale consultatie. Daarin herijk en versterk je het kader weer.
Ruimte voor wat telt
Regelruimte geeft ruimte voor maatwerk. Bijvoorbeeld in de roostering: als je het zelf mag regelen, kan de één tijdens schooluren werken en de ander ’s avonds als de partner thuis is. Dat heeft een positief effect: meer tevredenheid over het rooster. Sowieso is werken met meer vrijheid leuker, voor medewerker en bewoner: in Gendt steeg de bewonerstevredenheid en daalde het ziekteverzuim met meer dan de helft.
Dat is mooi, maar wat vraagt dat van management en directie? Het vraagt dat je dicht bij de werkvloer staat. Middenmanagement levert vaak een communicatiebarrière tussen de top en de vloer, terwijl hun aansturing ook prima bij het verplegend en verzorgend personeel kan worden belegd. Afschaffen dus! Voor grote overleggen geldt hetzelfde: hun nut is te beperkt ten opzichte van het verlies van tijd bij de cliënt. In bilateraal overleg kan dat vaak veel efficiënter.
Kan dat allemaal?
Kan dat allemaal zonder problemen? Er is altijd weerstand. Soms uit onverwachte hoek. Bijvoorbeeld weerstand van de vakbond tegen het vrije roosteren, ook al was dat een wens en verantwoordelijkheid van het personeel zelf. Maar de grootste tegenstander ben je uiteindelijk zelf. Durf je je te verbinden aan de belofte die je samen waar wil maken?
In Gendt beklijft het. Ook na het vertrek van Friso blijft “Betekenisvol verbinden” hét richtinggevende kader. Het komt overal terug. Een recente vacature focust op de vaardigheden om zelf een waardekader in de praktijk al leidraad te kunnen gebruiken. Want dat is wat werken hier betekent.
Wat raakt mij in dit gesprek?
Dit gesprek is een feest van herkenning. Het expliciet maken van je gedeelde waardekader en op basis daarvan eigenaarschap en regie neerleggen op alle niveaus van de organisatie, en zeker op de werkvloer. En mensen op basis daarvan aan je binden. Het sluit naadloos aan bij mijn eigen ideeën over betekenisvolle organisaties, betekenis als basis voor merkstrategie. En bij mijn beeld van betekenisvolle zorg: compassie, eigen inbreng en differentiatie. Maar wat me het meest raakt is dat ik aan tafel zit met iemand die het traject van A tot Z heeft doorlopen en doorgevoerd. Meer dan alles vormt Sint Jozef in Gendt het bewijs dat het kan.
Je visie en missie steeds voor ogen. Daarnaast vakmanschap, leiderschap en ondernemerschap op elk niveau. Het recept lijkt zo simpel. En het werkt. Nu nog meer organisaties die het aandurven…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten